Verzet
Sjerp de Vries was in de tweede wereldoorlog de voorman van de verzetsgroep in Akkrum en contactman met de gemeente, als opvolger van de ondergedoken Langman. Hij was in de kost bij slager Lútzen Woudstra, die op dit adres woonde. Als opzichter van de gemeente kon hij zich gemakkelijk verplaatsen. Hij was lid van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Met zijn kennis van ongeveer alles wat er in de gemeente gaande was, was hij een van de belangrijkste leden van de verzetsgroep.
Verraden
Eind april 1944 werd hij in Joure aangehouden. Hij had vlees en valse papieren bij zich. Hij slaagde erin om de papieren aan een omstander te geven. Het vlees wordt echter gezien en hij wordt gearresteerd. In een onbewaakt ogenblik ziet hij de kans te vluchten. Hij duikt onder bij zijn broer in Sneek, die ook verzetswerk deed. Ondanks het gevaar gaat Sjerp naar zijn kosthuis in Akkrum, want daar bevindt zich belastend materiaal. Hij verbrandt alles achter het huis bij de Boarn. Dat wordt door een verrader gezien. Op het Heechein wordt hij aangehouden en in de cel van het gemeentehuis gezet. De burgemeester speelt hem ’s nachts de sleutel toe, zodat hij de deur van binnenuit open kan maken. Hij mocht pas na de laatste controle verdwijnen, zodat het pas de volgende ochtend zou worden ontdekt. Hij verdwijnt en duikt onder in de Deelen in een rieten schuilplaats.
Sjerp sluit zich aan bij de groep van Popke Zwerver. Hij doet mee bij de wapendroppings bij de Warrebrug. Vlak voor de bevrijding gaat hij nog bij de Knokploeg (KP) van Sneek. In de buurt van Spears raakte hij gewond in een vuurgevecht van de verzetsgroep met Duitsers. Ze vluchtten naar Sibrandabuorren. Daar behandelde de dokter uit Sneek de verwondingen. Sjerp dook weer onder bij zijn broer in Sneek.
Van Sminia
Van Sminia was sinds 1934 burgemeester van Utingeradeel. Als het oorlog wordt, blijft hij op zijn post. Hij besluit lid te worden van de LO, en helpt het verzet vorm te geven. Na het vrijlaten van Sjerp de Vries is hij verraden door politieman Bergsma. Op vijf mei 1944 is hij gearresteerd. Hij is meegenomen naar het Gemeentehuis in Akkrum en daar vonden de Duitsers materiaal in de kluis die te maken hadden met een geallieerde vliegtuigbemanning. Nadat hij een aantal dagen is verhoord, is Van Sminia afgevoerd naar Kamp Amersfoort.
Omgebracht
Van Sminia weigert zich door de verzetsgroep te laten bevrijden, omdat hij vreest voor repressailles. In september 1944 is hij naar kamp Neuengamme gedeporteerd. De Duitsers hebben vlak voor het einde van de oorlog nog geprobeerd om zoveel mogelijk gevangenen om te brengen. Tijdens gevangenentransporten naar Lübeck en Bergenbelsen zijn veel mensen die het niet meer vol konden houden gefusilleerd en ter plaatse begraven. Zo is het ook met Van Sminia gegaan. In 1958 is hij met veel anderen weer opgegraven. Met behulp het plaatje met zijn kampnummer en zijn gebitsgegevens is hij geïdentificeerd en begraven in het familiegraf te Aldtsjerk.