Molens, waterschappen Akkrum

Molens, waterschappen Akkrum

Waterschap “De Driegreppel”

Om bovenstaande kaart beter te kunnen bekijken, KLIK HIER

De Driegreppel was een waterschap in de toenmalige Nederlandse gemeente Utingeradeel vlak ten westen van Akkrum, dat een zelfstandig overheidsorgaan was van 1916 tot 1977. De Driegreppel had met name de gelijknamige sloot (en straat) (ook: Trigreppel), die een verbinding vormde (en vormt) tussen de Polsloot en de Meinesloot. Hoofdtaken van het waterschap waren bemaling van de polder en het onderhoud van een weg. Het waterschap had daarnaast dammen en dijken, drie bruggen, een draaikeer, een bemalingswerktuig in beheer. Initiatief voor de oprichting werd genomen door de gemeente, die belang bij het water van de Driegreppel had als bluswater. Het waterschap deed allerlei beheer zoals het baggeren van de sloot en het ophogen van kaden, schafte een windmotor aan en legde een dam aan op de plaats waar de Driegreppel uitmondde in de Polsloot. Aan het eind van haar bestaan kwam De Driegreppel in financiële problemen door een verouderde administratie. Sinds 1964 kon geen belasting meer geheven worden. De schuld liep op tot 30.000 gulden. Het waterschapsbestuur was tegen de nieuwe waterschapsindeling, desalniettemin ging De Driegreppel op in waterschap Boarnferd in 1967 bij de eerste waterschapsconcentratie in Friesland.

Na verdere fusies valt het gebied sinds 2004 onder Wetterskip Fryslân. Het gebied ligt tegenwoordig binnen de bebouwde kom van Akkrum. (Bron © Wikipedia en Fries Archiefnet.nl)



Inventaris Waterschap de Driegreppel 1916-1967

Het Waterschap was gelegen in de gemeente Utingeradeel en had een oppervlakte van 185 ha. Vanaf 1965 verminderd tot 183 ha. De volgende werken waren op het waterschap in onderhoud en beheer:

–Dijken tot kering van het provinciale boezemwater (vanaf 1919 uitgesplitst in dijken dienende tot bescherming van de eigendommen die tijdens de zomer droog gehouden werden, en dijken dienende ter bescherming van de eigendommen die het gehele jaar droog gehouden werden).

— Het bemalingswerktuig,

— Het vaarwater “de Driegreppel” (Lopende van de Polsloot oto de Meinesloot, vanaf 1954 lopende van de dam bij de uitmonding in de Polsloot tot de Meinesloot) met opvaarten.

— Drie klapbruggen (vanaf 1954 nog maar één) en een zet met draai over de Driegreppel,

–Tochtsloten, pompen, duiker, dammen en dergelijke kleine werken die bij besluit van ingelanden werden aangewezen,

In beheer had het waterschap verder alle andere in het waterschap gelegen watergangen, pompen, duikers, en dammen die bevorderlijk waren aan het doel van het waterschap.

Geschiedenis

Het initiatief tot de oprichting van het waterschap werd genomen door het gemeentebestuur van Utingeradeel. De gemeente had vooral belang bij het slatten (hekkelen) van de bijna onbevaarbaar geworden Driegreppel met het oog op beschikbaarheid van bluswater in geval van brand. Daarnaast deed zij de aanbeveling om de gronden verder in te polderen en onder winter- en zomerbemaling te brengen. Het vaarwater werd opgericht in 1916. Zijn doel was: Het regelen van de waterstand voor een deel van zijn gebied. In 1919 werd dit gewijzigd in: van een deel van dein het waterschap gelegen eigendommen gedurende het gehele jaar en een ander del gedurende de gehele zomer, alsmede het bevorderen van de bestrating van een weg. Dat laatste gebeurde door de gemeente, terwijl het waterschap voor 75% bijdroeg in de kosten van de bestrating.  In 1954 werd het doel veranderd in: Het regelen van de waterstand en het bevorderen van de verkeersgelegenheid. Het bestuur van het waterschap bestond uit vijf leden. Als eerste pakte het waterschap het slatten (hekkelen) van de Driegreppel en de daarin uitkomende vaarten aan. Dit werd in 1919 voltooid. Verder werden er in de eerste jaren enige bruggen over de Driegreppel vervangen door nieuwe, dijken aangelegden andere dijken op hoogte gebracht, De zet met draai hersteld en een windmotor aangeschaft. In 1953 droeg het waterschap twee bruggen over aan de gemeente. In datzelfde jaar werd een dam gelegd op het punt waar de Driegreppel uitmondde in de polsloot. In 1963 werd kaden rondom de zomerpolder opgehoogd tot winterkaden, zodat het hele waterschap voortaan het gehele jaar bemalen werd. De directe aanleiding daartoe was de verbetering van de vaarweg naar Akkrum. Daardoor kwam er grond vrij die gebruikt kon worden om de daden rondom de zomerpolder te verhogen.  De laatste jaren van het waterschap waren gen gelukkige. De classificatie was sterk verouderd en de leggers werden na 1974 niet meer bijgehouden. Daardoor konden er ook geen kohieren gemaakt worden, zodat er vanaf 1964 geen belasting meer geheven werd. Dit had tot gevolg dat de schuld van het waterschap zo steeg dat het in de zomer van 1967 de rente en aflossing van een lening van fl. 30.000,- niet meer kon betalen. Bestuur en ingelanden van de Driegreppel waren tegenstander van de voorgestelde waterschaps consentratie. Toch is het waterschap met ingang van 15 augustus 1967 opgeheven en zijn rechten en plichten, bezittingen en schulden overgegaan op het waterschap Boarnferd.

Archief en inventarisatie

Na de opheffing werd het archief overgedragen aan het waterschap Boarnferd. De omvang was ongeveer 1 meter. Het archief was redelijk compleet. Na vernietiging bleek ca. 50 cm. Archiefstukken over. Bij de inventarisatie zijn de archiefstukken geordend volgens het standaardschema. Een antal dubbele stukken (begroting, politie verordeningen, kaarten grondgebied) is uitgeleend aan een historische vereniging in Akkrum. (????)



Waterschap Polslootpolder.

Het waterschap De polslootpolder (bijna 100 ha) was gelegen in de gemeente Utingeradeel. Bij het waterschap waren in onderhoud en beheer:

–Een molen:

–De dijk langs het vaarwater de Polsloot, de zuidgrens van de percelen, nrs. 419, 409 en 407, en deel het vaarwater het spijkerboor (tot aan de Rijksstraatweg Heerenveen-Leeuwarden) en de zuidelijk van perceel nr. 857 liggende reed:

— De dijk langs vaarwater het nieuwe Deel, de Diepsloot en het Spijkerboor

— De weg lopende van de noordpunt van perceel nr. 1242 langs de Polsloot tot de Rijksstraatweg in de kom van Akkrum, met de in deze weg liggende brug of barten (tot 1964)

— De Driegreppel, van de Polsloot tot de Rijksstraatweg (tot 1964)

–Het Spijkerboor, van de Diepesloot tot de Rijksstraatweg (tot 1964)

–Tochtsloten, pompen, duikers, dammen, barten zetten en dergelijke kleine werken, aan te wijzen bij besluit van de ingelanden.

In beheer had het waterschap deze en overige watergangen, pompen, duikers en dammen die bevorderlijk waren aan het deel van het waterschap.

Geschiedenis

In de winter van 1909-1910 kon overstroming van de polder slechts voorkomen worden door het tijdelijk verhogen van de dijk.  Mogelijk naar aanleiding van deze gebeurtenis werd in 1910 het initiatief genomen tot de oprichting van een waterschap.  Het waterschap de polslootpolder werd in 1912 opgericht en had als doel: het drooghouden van een deel van de gronden gedurende het hele jaar en van een ander deel gedurende de zomermaanden.  Er werd geen algemene legger aangelegd door Polslootpolder. De uitgaven van de4 oprichting en de algemene administratie van het waterschap werden in evenredigheid opgebracht door de eigenaren van de gronden die belang hadden bij de werken van het waterschap.  Het bestuur van de polder beruste bij de vergadering van ingelanden en een dagelijks bestuur van drie leden. In de periode 191601917 werd een zomer polderdyk aangelegd, die aansloot op de al bestaande dijk. In de zelfde tijd werd ook de winterdijk hersteld. De Polslootpolder raakte in de jaren ’60 betrokken bij het streven naar waterschap concentratie. Het waterschap is met ingang van 1 juni 1968 opgeheven en rechten en plichten, bezittingen en schulden zijn overgegaan op het waterschap Boarnferd.

Archief en Inventarisatie.

Na de opheffing van de Polslootpolder werd hett archief overgedragen aan het waterschap Boarnferd. De omvang ervan bedroeg ca. 1 mtr. Na vernietiging bleef ca. 44 cm. Over. Bij de inventarisatie zijn de archief stukken geordend volgens de standaardschema. Enige dubbele archiefstukken (oa. Notulen, en kaartjes van het grondgebied van de polder) zijn uitgeleend aan de historische vereniging in Akkrum. (????)



Waterschap Meinesloot-Akkrumerrak

in de gemeente Utingeradeel. (© Tressoar) (kaart 1929)

Om bovenstaande kaart (1929) beter te kunnen bekijken, KLIK HIER




Waterschap Henshuizen

Henshuizen was een waterschap gelegen in de Nederlandse gemeente Utingeradeel in de provincie Friesland. Het waterschap, dat een zelfstandig overheidsorgaan was van 1918 tot 1969, besloeg een oppervlakte van ongeveer 593 hectare.

Het waterschap had als doel het regelen van de waterstand, voor een deel van het gebied gedurende het gehele jaar, voor een deel gedurende de zomer. Verder werd in 1922 het bevorderen van de vaargelegenheid aan de taken van het waterschap toegevoegd. Per 1 juli 1969 ging het waterschap bij de eerste waterschapsconcentratie in Friesland over in Boarnferd, ondanks bedenkingen van de ingelanden. Na verdere fusies valt het gebied vanaf 2004 onder Wetterskip Fryslân.

Henshuizen was een waterschap gelegen in de Nederlandse gemeente Utingeradeel in de provincie Friesland. Het waterschap, dat een zelfstandig overheidsorgaan was van 1918 tot 1969, besloeg een oppervlakte van ongeveer 593 hectare.

Het waterschap had als doel het regelen van de waterstand, voor een deel van het gebied gedurende het gehele jaar, voor een deel gedurende de zomer. Verder werd in 1922 het bevorderen van de vaargelegenheid aan de taken van het waterschap toegevoegd. Per 1 juli 1969 ging het waterschap bij de eerste waterschapsconcentratie in Friesland over in Boarnferd, ondanks bedenkingen van de ingelanden. Na verdere fusies valt het gebied vanaf 2004 onder Wetterskip Fryslân.

Belevenissen bij de watermolens rond Akkrum-Nes

Op de grote boerderij had men vroeger altijd en vaste arbeider. Dat was meestal iemand die in Akkrum woonde. Hij kwam ’s morgens vroeg en ging ’s avonds na het melken weer naar huis. De meid en de knecht waren altijd intern en woonden bij het boerengezin in. Over de watermolen had de arbeider het beheer en niemand anders had daar iets mee te maken. Deze hield de molen vanaf de boerderij steeds goed in de gaten. Deze was dus in goede handen. Naast z’n weekloon kreeg de arbeider elke dag twee liter melk mee naar huis. Dat was bij de in dienst trekking vastgesteld. Deze mensen warren elke dag bezet, ook zondags, want het melken moest doorgaan. Melkmachines wist met vroegen niet van en wilde de knecht of arbeider al een keer weg, dan moest hijzelf voor een melker zorgen. Meestal was het de gewoonte dat ieder zijn eigen koeien melkte, ook in het land. Als je dagelijks met die beesten omging pikte ieder sr zo zijn eigen er zo uit. Het lijkt voor een buitenstaander haast niet mogelijk, doch het is waar.  In de buurt van de Leppedyk waren drie watermolens, nl. Het groene molentje van Keimpe Nijdam. Het zwarte molentje van en de molen van de Boskpleats van K. Postma. Wij als jongens scharrelden veel in de buurt van de molentjes om. Als het slecht weer was en het regende gingen we er in schuilen, we konden er altijd inkomen. Zo kan ik me herinneren dat op een zondagmiddag in februari het hel mooi weer was en de tijd leek ons geschikt om even te pootjebaden. In de zwarte molen op sokken en kousen al uitgedaan en ik had een wit kieltje aan. Het water was natuurlijk ijskoud en we waren ook al weer snel in de molen terug. Toen we weer naar huis zouden gaan, zaten we haast helemaal onder de wagensmeer, mijn wit kieltje was helemaal vies en zwart van de wagensmeer en de ontvangst thuis was niet al te best. In het voorjaar gingen we polsstokspringen vlak bij het groene molentje, daar hadden de boeren een groot hekel aan, want de sloten waren mooi opgeschoond en de wallen keurig met de snijzeis vlak gemaakt. Toen we daar bezig waren kwam daar de ‘greatfeint’ van Nijdam ons heel onverwacht storen en wij zette het op een lopen met achterlaten van de polsstok. Die werden door Wiggele in beslag genomen en meegenomen naar de schuur van de boer. Dat was een straf voor ons en wij dorsten niet zonder polsstok thuis te komen. Na beraad hadden we besloten excuus aan te bieden in de hoop dat we onze eigendommen mee zouden krijgen. Schoorvoetend gingen we met acht jongens door de kleine schuurdeur naar binnen doch deze lieten we op een kier staan. Eenmaal binnen gekomen zagen we onze polsstokken al staan, en toen begon de oude Keimpe Nijdam zijn lage stem en z’n hoog zijden petje op ons flink de les te lezen. Hij was erg kwaad en begon ons allerlei verwijten naar ons hoofd te smijten. Zodat we er bang van werden. Toen hij eindelijk uitgesproken was, waren zijn laatste woorden: Wiggele moet maar met jullie afrekenen. Wiggele was een potige vent en keek ons vernietigend aan en de verwachting was dat hij ons allemaal een pak rammel zou geven. Onmiddellijk na deze afspraak vluchten twee knapen achter elkaar de schuur uit, want die dachten, beter gelopen dan gestropen. Angstig geworden door de bedreiging bleef ons niets anders over dan gelaten af te wachten wat er zou gebeuren. Gelukkig viel het allemaal wat me. We moesten plechtig beloven dat we nooit en te nimmer meer last zouden veroorzaken. Dat was natuurlijk gauw gezegd en toen kregen we onze eigendommen weer terug. Buiten gekomen zaten twee van onze kornuiten op een ‘hikke’ af te wachten. De Knecht die onze polsstokken in ontvangst nam was Wiggele Jorritsma. Deze is al heel oud en woont thans in een bejaardenhuis in Joure. Als jongens hebben we best wel veel kattenkwaad uitgehaald. We waren eens stiekem van school weggebleven en zwalkten wat door het land en kwamen ook bij de molen terecht daar tussen de Boarn en de straat naar Leeuwarden. Dat was voor ons onbekend terrein en we waren wat aan het varen met de planken van de molen, totdat de eigenaar van de molen, de boer ons in de gaten kregen hardlopende naar ons toekwam. We hadden hem al gauw in de gaten en zetten het op een lopen, doch door onbekendheid op het terrein daar kwamen we steeds voor sloten te staan. De boer ziedend van woede kreeg een van ons te pakken en nam hem mee naar de schuur en daar heeft hij voor straf een tijdje aan de ketting vastgezeten.  Die jongen was ook nog familie van de boer.  De vrijheidsstraf heeft niet lang geduurd en wij waren alweer huiswaarts gegaan. De volgende ochtend op school werd ons spijbelen door al gauw door een vinger opsteken, van een mede leerling aan meester verklikt. Resultaat 200 keer strafregels schrijven na schooltijd.  Soms werd je ook wel eens 110 strafregels kwijtgescholden. Want in dergelijk geval moest ook meester noodgedwongen in school blijven.  En die wilde ook wel naar moeder de vrouw. Of z’n kosthuis. Ook hadden we soms de gewoonte om door de molen schroeven heen te kruipen. Dan moest je helemaal kronkelingen maken en het was ook nog gevaarlijk doch als jonge knapen zag je dat toen niet.  Als de eerste er door heen was. Moest je dit ook durven om je jongenseer te redden. Wij hadden vroeger bij de Boorn achter de tegenwoordige túntsjes ook een watermolen en ik herinner mij dat eenmaal bij helder weer het vlak bij de inlaat bij de Boorn daar wemelde van jonge snoekjes en die kwamen dan zo in de poldersloten terecht. Zo kwam het dan ook dat dat men soms wel kanjers kon vangen in de sloten waar men deze niet vermoedde. Ook bij de Driegreppel in Akkrum waren twee watermolens vlak bij elkaar, doch dezen zijn vele jaren geleden al afgebroken. Dezen zorgden voor waterbeheersing in het waterschap “De Driegreppel”,

Later toen alles was ingepolderd zorgde een elektrisch gemaal hiervoor. Vroeger wisten we niet elektriciteit af en gebruikte men windenergie, dat helemaal niets kostte. De vroegere generatie wist ook wel wat ze wilden. Thans komt men steeds weer op het oude terug en plaatst men hier en daar hoge stelages waar hoge windmolens ( Wind turbines) om stroom op te wekken. Het is jammer dat die prachtige windmolens die in het landschap sierden vrijwel allemaal zijn verdwenen. We zullen ze nooit meer terugzien. “Maar .  .  . gelukkig hebben we de foto’s nog”. (Bron @ Utskoat: Atze de Vries, Akkrum, december 1982_


Heeft U nog vragen, op- of aanmerkingen over dit onderwerp, of een ander onderwerp of heeft u nog iets dat u met ons wilt delen. Wij horen het graag. Alvast bedankt.

Spreekt ons werk u aan, en wilt u ons ondersteunen? Donateur worden kunt al vanaf €8,50 per jaar. Zo kunnen wij ons ‘werk’ blijven doen en kunnen andere bezoekers er ook weer van genieten. Wij horen het graag. Alvast bedankt.

Stiftingakkrumaldennij@gmail.com