DOARPSKUIER GROEP 7-1

DOARPSKUIER GROEP 7-1


Doarpskuier groep 7-1

Fytsen op Tsjerkebleek

## Nei de stien boppe de tsjerkedoar.
Fraach: Wannear is de earste stien lein?

De eerste steen van de kerk van de Protestantse gemeente in Akkrum werd gelegd op 13 maart 1759. Op 28 oktober werd de kerk ingewijd. De oude middeleeuwse voorganger van de huidige kerk, die ook op het hoogste punt van de terp stond, werd op afbraak verkocht in 1758.
De kerk is in 1996-1997 en 1999-2000 gerestaureerd. Sinds de laatste restauratie in 2000 vormen grafzerken uit de 16e en 17e eeuw weer het middenpad in de kerk.
Tot 1 januari 1879 werd er op het kerkhof rond de kerk begraven. Bij de restauratie in 2000 zijn diverse grafzerken van bekende Akkrumers weer zichtbaar gemaakt.
Op het koor van de kerk staat als windwijzer een meerman, een verwijzing naar Aeolus, de god van de wind in de Griekse mythologie.
Het orgel werd door P. Van Oeckelen te Groningen vervaardigd in 1856. Het is sinds 1978 in fasen gerestaureerd door de orgelbouwer Mense Ruiter (1983, 2001 en 2010).
Van de oorspronkelijke twee zogenaamde Heerenbanken, is er nog een overgebleven. Die heeft een ruggenschot met 8 uitgesneden wapens, waarschijnlijk uit de periode 1615-1636.
De vier gebrandschilderde ramen in het koor zijn in 1760 gemaakt door de Gebr. Gongrijp te Sneek. Het zijn de enige in Friesland nog overgebleven werkstukken van deze glazeniers. De ramen zijn geschenken van: Prins Willem V, de Heeren Rekenmeesters, de Heeren ‘s Hofs van Friesland en de leden des Gerechts en de Kerkvoogdij.

## De rolle oan ‘e toer.
Fraach: wêr waard dy foar brûkt?
Drûgjen brânslangen.

Op deze tekening van Stellingwerff uit 1722 staat bij de kerk een zadeldaktoren. Waarschijnlijk zijn kerk en toren rond 1400 gebouwd. In 1759 werd de oude kerk afgebroken voor een nieuwe. De oude toren bleef staan. In 1837 werd het bovenstuk vernieuwd, maar de nieuwe spits moest in 1881 al weer worden afgebroken. Akkrum kreeg toen een stompe toren.
Jelle Oebeles Tsjitses metselde op 22 mei 1882 de eerste steen van de nieuwe toren, met spits (zie de steen boven de deur van de toren). In oktober 1882 konden de klokken weer geluid worden, en de vlaggen weer van de toren waaien. 
Het uurwerk heeft in 1970 een elektrische aandrijving gekregen. Toen is er aan de zuidkant van de toren ook een derde wijzerplaat aangebracht. De toren werd toen al slechter, en eind 1972 werd de situatie zelfs gevaarlijk. In april 1975 kon, na een restauratie, de toren met spits aan de kerkvoogdij worden overgedragen.
De gemeente gebruikte het bovenste deel van de toren, o.a. voor het drogen van brandslangen.

Foto:© Hendrik Krist.

De toren heeft twee klokken. De grote klok heeft een diameter van 121 cm., en weegt 1005 kg. en draagt als opschrift: 

Soli Deo Gloria-Marten Gerckes Jelger En Harmens Kerck Voogden Pieter Vermaten tot Amsterdam 1698 

De kleine klok, ook in 1698 gegoten, heeft een diameter van 104 cm., weegt 667 kg. en heeft, naast het wapen, als opschrift: 

FredRick van Sminia gedeputeerde staten van Vrieslant en grietman van Utingeradeel 
Op 25 maart 1943 werden beide klokken door de Duitsers gevorderd. Op 19 september 1946 is de na de oorlog teruggevonden grote klok weer in de toren opgehangen. 
Jaren later is ook de kleine klok teruggevonden. In 1958 is hij weer naar Akkrum gekomen. Helaas was hij zo beschadigd, dat hij niet meer geluid kon worden. Nu staat hij op een driepoot naast de kerk. 
In 1974 heeft de toren een kleine klok uit de eerdere Sint-Jozephkerk in Den Haag gekregen, die vrijwel dezelfde klank had. 
In 2010 is de toren in eigendom gekomen van de nieuw opgerichte “Monumentenstichting Boarnsterhim”. Die heeft toen een bescheiden restauratie mogelijk gemaakt, en een vierde wijzerplaat laten aanbrengen. 
In 2020 is het dak van de toren grondig opgeknapt, en is het leidak geheel vernieuwd. Het kruis en de bol daaronder zijn opnieuw verguld. De drie in 1882 geschreven rijmpjes in de bol kwamen toen weer voor het licht: 

Van buiten goud, van binnen hol / Ben ik toch Akkrums grootste bol. 

Al ben ik van binnen niet gevuld / Van buiten ben ik door M. Bakker verguld. 

17 juli 1882 kwam de haan / boven op mij te staan / Dat heeft Jan Sjoukes Hidma gedaan”. 
In 2020 heeft de Monumentenstichting besloten om in dat bijzondere jaar ook een tekst in de bol te laten zetten. 

Maitiid 2020
Troch it koronafirus is de hiele wrâld oerstjoer / Yn dy dagen komme der nije laaien op de toer.

## Grêfstiennen.
Fraach: Sykje de stiennen fan minsken dêr’t yn Akkrum in strjitte nei neamd is.
Unthâlde: de stiennen fan Sake Visser en Suster van der Vegt.

## Nei de klok op ‘e skammel.
Fraach: Hoe âld is dy klok?

## Fia de Dringelstrjitte nei Welgelegen.

Fraach: Mocht elkenien dêr samar wenje?

Het wooncomplex Welgelegen, ontworpen door de gemeente-architect S. Hoekstra, was aanvankelijk alleen bedoeld voor weduwen of ongehuwde dames. Inmiddels zijn ook mannen welkom in het karakteristieke woongebouw.
Stichtster is Suster van der Vegt, dochter van Rinse Wiebes van der Vegt en Janke Annes Annes, die op de boerderij van het kinderloze echtpaar Sake Meintes Visser en Suster Sijnes van der Goot dienden. In 1841 werd Jankes dochtertje naar de boerin vernoemd. In 1843 erfde Janke van der Vegt de tuin met koepel, de z.g. Welgelegen boerderij en diverse andere bezittingen. Door vererving werd Suster van der Vegt later eveneens zeer welgesteld.
Stichting Welgelegen ontstond als gevolg van de laatste wil van de ongetrouwd gebleven Suster van der Vegt. Na haar overlijden in 1924 leidde een bepaling in haar testament tot de bouw van Welgelegen.
Het gebouw was bestemd voor ”bewoning van weduwen of ongehuwde dames zonder inwonende kinderen uit de fatsoenlijke burgerstand, de Protestantsche godsdienst belijdende, en wonende in de provincie Friesland of in die provincie geboren uit Friesche ouders, wier inkomen niet toereikend zijn om in hun onderhoud behoorlijk te voorzien om een zorgeloos en rustig leven zooveel doenlijk te verzekeren”.
De tuin is aangelegd naar een ontwerp uit 1929 van de Groningse tuinarchitect Verdenicus in de Engelse Landschapstijl.
De regenten streven naar instandhouding van het complex in de originele staat. In de theekoepel wordt nog regelmatig vergaderd. De oorspronkelijke doelstellingen van Suster van der Vegts testament worden zoveel mogelijk nagestreefd. Het toelatingsbeleid is wel aangepast aan de huidige omstandigheden.
De betonmuur die het vroegere bleekveld bij de kerk afsloot, is van gewapend grindbeton. Het is de oudst bekende muur van dit materiaal in de provincie Friesland.

## Nei de teekoepel.

Fraach: Wa stiet der op it skilderij?


Op deze plaats bevond zich vroeger een wandeltuin met vijvers en monumentaal geboomte van een buitenhuis. De theekoepel werd in de 18de eeuw aan de tuin toegevoegd, in opdracht van grietman Augustinus Lycklama à Nijeholt.
De theekoepel bleef bewaard toen het buitenhuis in de 18de eeuw gesloopt werd, evenals de zonnewijzer, die ook uit de 18de eeuw stamt. Beide maken nu deel uit van het complex Welgelegen dat bij testament werd gesticht door de in 1924 overleden Suster van der Vegt.
In de achtkante theekoepel bevindt zich een schilderij van Suster van der Vegt als jong meisje, zichtbaar vanaf de ingang aan de tuinzijde.

## Nei De Regent.
Fraach: Hoe hjitte de boer dy’t hjir wenne?
Dit is het voorhuis van de boerderij van Sake Visser. Het huis ernaast was de woning van de familie Van der Vegt. Daar weer naast de schuur voor paard en wagen. Omdat je met paard en wagen niet kon keren, kon je er aan de ene kant inrijden, en er aan de andere kant weer uit.

## By it merketerrein del nei de Boarn en it plak fan it bertehûs fan Folkert Kupers.
Fraach: Wat hat FK stichte?

## Fia de Boarnswâl nei de Keakelstege.
Fraach: Wêrom hjit dy sa?

De Boarnswâl, die, zoals de naam al zegt, langs de rivier De Boarn (Ned. De Boorne) loopt, is al eeuwen oud. Merten Bakker (1982:14) heeft in een quotisatie uit 1688 over het uitdiepen van de Trigreppel enkele keren de straatnaam “Boornswal” gevonden, bijvoorbeeld: “wegens zijn huys aan de Boornswal”. Ook bij reparaties aan de Wide Stege en de Smelle Brêge komt hij de ‘Boornswal’ weer tegen. De Boarn was lang een belangrijke handelsweg, wat op de Boarnswâl tot veel bedrijvigheid zal hebben geleid.
In 1955 is de Boarnswâl in tweeën verdeeld; het westelijke deel van de Smelle Brêge kreeg de naam van Bûterwâl. De straat oostelijk van de brug bleef Boarnswâl. Bijna alle steegjes die eertijds op de Boarnswâl uitliepen, zijn met de sanering van het dorp opgeruimd. Via de Keakelstege is het nog mogelijk om van het Heechein naar de Boarnswâl te lopen. Na de sanering kon er van de Smelle Brêge naar het Brêgegat een nieuwe weg worden aangelegd, die in 1955 de naam “Boarnswâl” kreeg.

Rond 1800 woonde hier een Timmerman met de naam Bouwe Eling, die in 1811 de achternaam van Lingsma aanneemt. De Akkrumers verhaspelden de naam tot Boujillingsteech, maar gebruikten meest de naam “Keakelsteech”, omdat de roddels en ruzies, vaak aan de orde waren. Dat was geen wonder, want de behuizing was slecht en zeer gehorig. Het waren meest éénkamerwoningen met een PANSTRUTSENdak en bovendien woonden er vrij grote huishoudingen. Zodoende. Toen in het laatst fan de 40er jaren de minister op uitnodiging van de gemeenteraad ons dorp bezocht, heeft voornamelijk de armoedige Keakelstege de doorslag gegeven voor het besluit, Akkrum subsidie te geven voor de dorpssanering. Daarna is men begonnen met it opruimen van de krotten en verdwenen daarmee ook de stegen. 

## Nei de fytsen.

DOARPSKUIER GROEP 7-2

Doarpskuier groep 7-2

Fytsen op Tsjerkebleek

## Nei de Keakelstege.
Fraach: Wêrom hjit dy sa?

Rond 1800 woonde hier een Timmerman met de naam Bouwe Eling. De Akkrumers verhaspelden de naam tot Boujillingsteech, maar gebruikten meest de naam “Keakelsteech”, omdat de roddels en ruzies, vaak aan de orde waren. Dat was geen wonder, want de behuizing was slecht en zeer gehorig. Het waren meest éénkamerwoningen en bovendien woonden er vrij grote huishoudingen. Toen in het laatst fan de 1940er jaren de minister op uitnodiging van de gemeenteraad ons dorp bezocht, heeft voornamelijk de armoedige Keakelstege de doorslag gegeven voor het besluit Akkrum subsidie te geven voor de dorpssanering. Daarna is men begonnen met het opruimen van de krotten en verdwenen daarmee ook de stegen.

## Fia de Boarnswâl nei it plak fan it bertehûs fan Folkert Kupers.
Fraach: Wat hat FK stichte?

De Boarnswâl, die, zoals de naam al zegt, langs de rivier De Boarn (Ned. De Boorne) loopt, is al eeuwen oud. Merten Bakker (1982:14) heeft in een quotisatie uit 1688 over het uitdiepen van de Trigreppel enkele keren de straatnaam “Boornswal” gevonden, bijvoorbeeld: “wegens zijn huys aan de Boornswal”. Ook bij reparaties aan de Wide Stege en de Smelle Brêge komt hij de ‘Boornswal’ weer tegen. De Boarn was lang een belangrijke handelsweg, wat op de Boarnswâl tot veel bedrijvigheid zal hebben geleid.
In 1955 is de Boarnswâl in tweeën verdeeld; het westelijke deel van de Smelle Brêge kreeg de naam van Bûterwâl. De straat oostelijk van de brug bleef Boarnswâl. Bijna alle steegjes die eertijds op de Boarnswâl uitliepen, zijn met de sanering van het dorp opgeruimd. Via de Keakelstege is het nog mogelijk om van het Heechein naar de Boarnswâl te lopen. Na de sanering kon er van de Smelle Brêge naar het Brêgegat een nieuwe weg worden aangelegd, die in 1955 de naam “Boarnswâl” kreeg.

## By it merketerrein del nei De Regent.
Fraach: Hoe hjitte de boer dy’t hjir wenne?
Dit is het voorhuis van de boerderij van Sake Visser. Het huis ernaast was de woning van de familie Van der Vegt. Daar weer naast de schuur voor paard en wagen. Omdat je met paard en wagen niet kon keren, kon je er aan de ene kant inrijden, en er aan de andere kant weer uit. Ferhaal Welgelegen fertelle.
Het wooncomplex Welgelegen, ontworpen door de gemeente-architect S. Hoekstra, was aanvankelijk alleen bedoeld voor weduwen of ongehuwde dames. Inmiddels zijn ook mannen welkom in het karakteristieke woongebouw.
Stichtster is Suster van der Vegt, dochter van Rinse Wiebes van der Vegt en Janke Annes Annes, die op de boerderij van het kinderloze echtpaar Sake Meintes Visser en Suster Sijnes van der Goot dienden. In 1841 werd Jankes dochtertje naar de boerin vernoemd. In 1843 erfde Janke van der Vegt de tuin met koepel, de z.g. Welgelegen boerderij en diverse andere bezittingen. Door vererving werd Suster van der Vegt later eveneens zeer welgesteld.
Stichting Welgelegen ontstond als gevolg van de laatste wil van de ongetrouwd gebleven Suster van der Vegt. Na haar overlijden in 1924 leidde een bepaling in haar testament tot de bouw van Welgelegen.
Het gebouw was bestemd voor ”bewoning van weduwen of ongehuwde dames zonder inwonende kinderen uit de fatsoenlijke burgerstand, de Protestantsche godsdienst belijdende, en wonende in de provincie Friesland of in die provincie geboren uit Friesche ouders, wier inkomen niet toereikend zijn om in hun onderhoud behoorlijk te voorzien om een zorgeloos en rustig leven zooveel doenlijk te verzekeren”.
De tuin is aangelegd naar een ontwerp uit 1929 van de Groningse tuinarchitect Verdenicus in de Engelse Landschapstijl.
De regenten streven naar instandhouding van het complex in de originele staat. In de theekoepel wordt nog regelmatig vergaderd. De oorspronkelijke doelstellingen van Suster van der Vegts testament worden zoveel mogelijk nagestreefd. Het toelatingsbeleid is wel aangepast aan de huidige omstandigheden.
De betonmuur die het vroegere bleekveld bij de kerk afsloot, is van gewapend grindbeton. Het is de oudst bekende muur van dit materiaal in de provincie Friesland.

## Nei de teekoepel.

Fraach: Wa stiet der op it skilderij?


Op deze plaats bevond zich vroeger een wandeltuin met vijvers en monumentaal geboomte van een buitenhuis. De theekoepel werd in de 18de eeuw aan de tuin toegevoegd, in opdracht van grietman Augustinus Lycklama à Nijeholt.
De theekoepel bleef bewaard toen het buitenhuis in de 18de eeuw gesloopt werd, evenals de zonnewijzer, die ook uit de 18de eeuw stamt. Beide maken nu deel uit van het complex Welgelegen dat bij testament werd gesticht door de in 1924 overleden Suster van der Vegt.
In de achtkante theekoepel bevindt zich een schilderij van Suster van der Vegt als jong meisje, zichtbaar vanaf de ingang aan de tuinzijde.

## Nei Welgelegen.

Fraach: Mocht elkenien dêr samar wenje?

## Nei de klok op ‘e skammel.
Fraach: Hoe âld is dy klok?

## Grêfstiennen.
Fraach: Sykje de stiennen fan minsken dêr’t yn Akkrum in strjitte nei neamd is.

## Nei de stien boppe de tsjerkedoar.
Fraach: Wannear is de earste stien lein?

De eerste steen van de kerk van de Protestantse gemeente in Akkrum werd gelegd op 13 maart 1759. Op 28 oktober werd de kerk ingewijd. De oude middeleeuwse voorganger van de huidige kerk, die ook op het hoogste punt van de terp stond, werd op afbraak verkocht in 1758.
De kerk is in 1996-1997 en 1999-2000 gerestaureerd. Sinds de laatste restauratie in 2000 vormen grafzerken uit de 16e en 17e eeuw weer het middenpad in de kerk.
Tot 1 januari 1879 werd er op het kerkhof rond de kerk begraven. Bij de restauratie in 2000 zijn diverse grafzerken van bekende Akkrumers weer zichtbaar gemaakt.
Op het koor van de kerk staat als windwijzer een meerman, een verwijzing naar Aeolus, de god van de wind in de Griekse mythologie.
Het orgel werd door P. Van Oeckelen te Groningen vervaardigd in 1856. Het is sinds 1978 in fasen gerestaureerd door de orgelbouwer Mense Ruiter (1983, 2001 en 2010).
Van de oorspronkelijke twee zogenaamde Heerenbanken, is er nog een overgebleven. Die heeft een ruggenschot met 8 uitgesneden wapens, waarschijnlijk uit de periode 1615-1636.
De vier gebrandschilderde ramen in het koor zijn in 1760 gemaakt door de Gebr. Gongrijp te Sneek. Het zijn de enige in Friesland nog overgebleven werkstukken van deze glazeniers. De ramen zijn geschenken van: Prins Willem V, de Heeren Rekenmeesters, de Heeren ‘s Hofs van Friesland en de leden des Gerechts en de Kerkvoogdij. ## De rolle oan ‘e toer.
Fraach: wêr waard dy foar brûkt?
Drûgjen brânslangen.

Op deze tekening van Stellingwerff uit 1722 staat bij de kerk een zadeldaktoren. Waarschijnlijk zijn kerk en toren rond 1400 gebouwd. In 1759 werd de oude kerk afgebroken voor een nieuwe. De oude toren bleef staan. In 1837 werd het bovenstuk vernieuwd, maar de nieuwe spits moest in 1881 al weer worden afgebroken. Akkrum kreeg toen een stompe toren.
Jelle Oebeles Tsjitses metselde op 22 mei 1882 de eerste steen van de nieuwe toren, met spits (zie de steen boven de deur van de toren). In oktober 1882 konden de klokken weer geluid worden, en de vlaggen weer van de toren waaien. 
Het uurwerk heeft in 1970 een elektrische aandrijving gekregen. Toen is er aan de zuidkant van de toren ook een derde wijzerplaat aangebracht. De toren werd toen al slechter, en eind 1972 werd de situatie zelfs gevaarlijk. In april 1975 kon, na een restauratie, de toren met spits aan de kerkvoogdij worden overgedragen.
De gemeente gebruikte het bovenste deel van de toren, o.a. voor het drogen van brandslangen.

Foto: © Hendrik Krist.

De toren heeft twee klokken. De grote klok heeft een diameter van 121 cm., en weegt 1005 kg. en draagt als opschrift: 

Soli Deo Gloria-Marten Gerckes Jelger En Harmens Kerck Voogden Pieter Vermaten tot Amsterdam 1698 

De kleine klok, ook in 1698 gegoten, heeft een diameter van 104 cm., weegt 667 kg. en heeft, naast het wapen, als opschrift: FredRick van Sminia gedeputeerde staten van Vrieslant en grietman van Utingeradeel 
Op 25 maart 1943 werden beide klokken door de Duitsers gevorderd. Op 19 september 1946 is de na de oorlog teruggevonden grote klok weer in de toren opgehangen. 
Jaren later is ook de kleine klok teruggevonden. In 1958 is hij weer naar Akkrum gekomen. Helaas was hij zo beschadigd, dat hij niet meer geluid kon worden. Nu staat hij op een driepoot naast de kerk. 
In 1974 heeft de toren een kleine klok uit de eerdere Sint-Jozephkerk in Den Haag gekregen, die vrijwel dezelfde klank had. 
In 2010 is de toren in eigendom gekomen van de nieuw opgerichte “Monumentenstichting Boarnsterhim”. Die heeft toen een bescheiden restauratie mogelijk gemaakt, en een vierde wijzerplaat laten aanbrengen. 
In 2020 is het dak van de toren grondig opgeknapt, en is het leidak geheel vernieuwd. Het kruis en de bol daaronder zijn opnieuw verguld. De drie in 1882 geschreven rijmpjes in de bol kwamen toen weer voor het licht: 

Van buiten goud, van binnen hol / Ben ik toch Akkrums grootste bol. 
Al ben ik van binnen niet gevuld / Van buiten ben ik door M. Bakker verguld. 

17 juli 1882 kwam de haan / boven op mij te staan / Dat heeft Jan Sjoukes Hidma gedaan”. 
In 2020 heeft de Monumentenstichting besloten om in dat bijzondere jaar ook een tekst in de bol te laten zetten. 

Maitiid 2020
Troch it koronafirus is de hiele wrâld oerstjoer / Yn dy dagen komme der nije laaien op de toer.

## Nei de fytsen.

Doarpskuier groep 7-1

Fytsen op Tsjerkebleek

## Nei de stien boppe de tsjerkedoar. ## De rolle oan ‘e toer.
## Grêfstiennen.
## De klok op ‘e skammel.
## Fia de Dringelstrjitte nei Welgelegen. ## Teekoepel. ## De Regent. ## By it merketerrein del nei it plak fan it bertehûs fan Folkert Kupers. ## Fia de Boarnswâl nei de Keakelstege.
## Nei de fytsen.

Doarpskuier groep 7-2

Fytsen op Tsjerkebleek

## Nei de Keakelstege. ## Fia de Boarnswâl nei it plak fan it bertehûs fan Folkert Kupers. ## By it merketerrein del nei De Regent. ## Nei de teekoepel ## Nei Welgelegen ## Nei de klok op ‘e skammel.
## Grêfstiennen. ## Nei de stien boppe de tsjerkedoar. ## De rolle oan ‘e toer. ## Nei de fytsen.

Vragen groep 7-1

  1. 1. Wanneer is de eerste steen van de kerk gelegd?
    2. Waar werd de rol boven in de toren voor gebruikt?
    3. Zoek twee grafstenen van mensen naar wie in Akkrum een straat genoemd is.
    4. Hoe oud is de klok die buiten op het terrein van de kerk staat?
    5. Mocht iedereen zomaar in Welgelegen wonen?
    6. Wie staat er op het schilderij in de Theekoepel?
    7. Hoe heette de boer die in de woning woonde die nu De Regent heet?
    8. Wat heeft Folkert Kuipers in Akkrum gesticht?
    9. Hoe komt de Keakelstege aan zijn naam?

Vragen groep 7-2

  1. 1. Hoe komt de Keakelstege aan zijn naam?
    2. Wat heeft Folkert Kuipers in Akkrum gesticht?
    3. Hoe heette de boer die in de woning woonde die nu De Regent heet?
    4. Wie staat er op het schilderij in de Theekoepel?
    5. Mocht iedereen zomaar in Welgelegen wonen?
    6. Hoe oud is de klok die buiten op het terrein van de kerk staat?
    7. Zoek twee grafstenen van mensen naar wie in Akkrum een straat genoemd is.
    8. Wanneer is de eerste steen van de kerk gelegd?
    9. Waar werd de rol boven in de toren voor gebruikt?

Anne Dykstra.